top of page

Het nieuw goederenrecht maakt een belangrijke sprong voorruit

Het goederenrecht, een belangrijke hoeksteen van het burgerlijk wetboek (boek 3) werd aangepast aan onze hedendaagse maatschappij. Dit gebeurde met de wet die verscheen op 17 maart 2020 in het Belgisch Staatsblad en van kracht wordt op 1 september 2021.


Het goederenrecht steunde grotendeels op oude regels (met uitzondering het appartementsrecht) en was sedert 1804 nauwelijks aangepast. Het was vooral gericht op een agrarische maatschappij.


Het brengt geen revolutie teweeg, maar de bedoeling is het goederenrecht moderner, flexibeler, meer functioneel en geïntegreerd te maken.


Welke zijn meest in het oog springende nieuwigheden?

Burenhinder kwam in het oude burgerlijk wetboek niet voor. Het is vooral door de rechtspraak dat dit ontwikkeld en uitgebreid werd. De rechtspraak is er nu in geïntegreerd. Zo omvat de titel Burenhinder alles wat met burenverhoudingen te maken heeft: zoals verbod bovenmatige buren-hinder, erfdienstbaarheden en gemene afsluiting. De wetgever voert een bepaling in om de criteria voor burenhinder te bepalen: het tijdstip, de frequentie, de intensiteit van de hinder, de eerste ingebruikneming.


De nieuwe wet maakt ook volume-eigendom mogelijk. Dit zijn losstaande volumes die op elkaar gestapeld worden, zoals voor kantoren of woningen. Als men dat nu wil doen moet men beroep doen op de constructie van opstalrecht dat slechts kan voor een periode van hoogstens 50 jaar. Nu zal het naar 99 jaar kunnen gebracht worden en bij uitzondering, soms zelfs eeuwigdurend zijn.


Erfdienstbaarheden van overgang konden nooit door verjaring verkregen worden (zelfs al was dit meer dan dertig jaar). Dat verandert in de toekomst voor een zichtbare overgang.


Er zijn ook wijzigingen bij het vruchtgebruik; zowel de vruchtgebruiker als de naakte eigenaar zullen moeten in staan voor de zaak die in vruchtgebruik wordt gegeven. De vruchtgebruiker zal een deel van de grote herstellingen op zich moeten nemen in de plaats van de naakte eigenaar.


Vruchtgebruik bij vennootschappen wordt mogelijk voor 99 jaar in de plaats van 30 jaar.


De wilsautonomie (wat de partijen contractueel onderling willen bepalen) krijgt een belangrijke rol toegewezen, in principe zijn de meeste wetsregels van aanvullend recht. Vroeger ging men er vaak van uit dat het goederenrecht van openbare orde was, waarvan niet of zeer moeilijk kon afgeweken worden.


De duurtijd van sommige zakelijke rechten is uitgebreider geworden: een vruchtgebruik voor een rechtspersoon kan voortaan 99 jaar duren in de plaats van 30 jaar nu. Een opstalrecht kan voortaan maximum 99 jaar duren en soms zelfs eeuwigdurend zijn. Dit kan voor bedrijven belangrijk zijn om de grond niet te moeten kopen waarop het industrie – kantoorgebouw wordt opgetrokken.


De wetgever heeft tevens meer rechtszekerheid en duidelijkheid willen inbouwen. Voorkooprechten en aankoopopties zullen voortaan kunnen overgeschreven worden in de hypotheekregisters.


Als men goederen verkrijgt door erfenis of testament zal men er goed aan doen om de akte van erfopvolging in de hypotheekregisters te laten overschrijven, anders loopt de erfgenaam het risico zelf de goederen niet te kunnen verkopen op zijn beurt.


De “fiductiefiguur “ (dit is een juridische figuur die men zou kunnen vergelijken met een trust, waarbij het vermogen wordt afgesplitst en wordt bestemd voor een bepaald doel en beheerd wordt door een bestuur. Dit is van toepassing in sommige buitenlandse rechtstelsels.) Deze rechtsfiguur stond in het oorspronkelijk ontwerp van wet maar heeft het niet gehaald.


Op politiek niveau werd er geoordeeld dat het niet de bedoeling kan zijn om een vermogen te gaan onttrekken aan een juiste taxatie via een afgesplitst vermogen. Iedereen moet bijdragen in het maatschappelijk belang. Tot slot de wet treedt maar in werking op 01 september 2021, om al de actoren die met onroerend goed bezig zijn, zich goed te kunnen in werken.

Recente blogposts

Alles weergeven

Komentarze


bottom of page